Sirene: ene oor in andere uit
BURGERS TREKKEN ZICH ONDANKS DREIGING NIKS AAN VAN LUCHTGEGIL
|
|
|
|
Enschede – Jan Gutteling, sociaal-psycholoog en communicatiewetenschapper aan de UT in Enschede, herkent de reactie meteen. Een onbekommerde Brabander krijgt een tv-microfoon onder de neus gedrukt. Of hij niet subiet naar huis moet, om ramen en deuren te sluiten, wordt de man in het felle zonlicht door een verslaggever gevraagd.
De Helmonder haalt de blote schouders op en antwoordt met Brabantse tongval. “Met da goeie weer binnen? Da kan toch nie?” Geen sirene, hoe luid die ook loeit, krijgt hem uit de voorjaarszon. Ondanks een berg brandend en rokend afval, met magnesium erin en gevaar voor het opstijgen van gevaarlijke dampen. Ach, er gaat elke dag wel een sirene af, reageert een andere ooggetuige op het alarmerend bedoelde luchtgegil.
UT-hoofddocent Gutteling kent de beelden uit Brabant; hij herkent de bijpassende laconieke houding. “De inwoners van Helmond zijn in hun reactie bepaald niet uniek. Zo’n sirene heeft onvoldoende betekenis. Een sirene gaat ook wel eens per ongeluk af.” De Twentse UT-specialst focust op risicoperceptie en risicocommunicatie. Hij onderzoekt en doceert wat mensen wèl triggert om in actie te komen.
Zijn conclusie: mensen gebruiken eerst hun zintuigen – oren, ogen, reuk- om te weten of gevaar dreigt, eerder dan te luisteren naar geloei op afstand. “Pas als ze stank ruiken of rook zien, volgt een reactie.” Of als burgers op zoveel mogelijk manieren op de hoogte worden gebracht en gealarmeerd. Niet alleen per alarmsirene, die sowieso elke eerste maandag van de maand klinkt, maar ook via omroepwagens van de politie of via actieve berichtgeving via de rampenzender in hun streek. “Een sirene alleen is niet genoeg. Als je binnen bent, hoor je hem misschien niet” legt Gutteling uit. De lakse reactie op de alarmering voor de brandende afvalberg in Helmond is niet typisch Brabants. Toen medio januari 2003 een giftige gaswolk boven Vlaardingen hing, gingen maar weinig mensen naar binnen om ramen en deuren te sluiten. Veel bewoners gingen door waar ze mee bezig waren, in de veronderstelling dat het wel om een oefening zou gaan. Hun zintuigen waren kennelijk niet genoeg ‘geprikkeld’.
Het ministerie begon in 1997 met het plaatsen van nieuwe sirenes. Dat kostte ongeveer
100 miljoen euro. De bijna 4200 sirenes zijn in gebruik bij de regionale brand-
weerkorpsen. De instandhouding en het beheer ervan kosten jaarlijks zo’n 2,3
miljoen. De prijs van een sirene-systeem is thans 50.000 euro per stuk!
Bron: tubantia.