Disipline

U bevindt zich hier:

Ramen dicht

Snel ramen en deuren dicht

   
     

Leg een noodvoorraad aan, zorg voor extra kaarsen, leg een zaklamp klaar. Jammer dat niemand luistert naar de landelijke crisiscampagne. “Een radio op batterijen, waar is die voor nodig dan?”

   
   

Tw. Cour. 18.2.08

door Jan Salden

Jos en Rosa Dubbeldam uit Dordrecht wonen nog geen kilometer van een chemische fabriek.

De gedachte dat daar ooit iets migaat, bannen ze liever uit hun hoofd. Maar als het toch een keer zover komt, weten ze precies wat ze moeten doen. “Zo snel mogelijk naar binnen gaan en alle ramen en deuren dichtdoen”, dreunt Dubbeldam op. “En verder afwachten maar. “

Maar heeft het echtpaar ook een noodvoorraad klaar liggen? “We hebben blikken soep”, zegt Rosa. “Maar die staan in onze boot. Als we binnen moeten blijven, komen we daar natuurlijk niet bij.” En hoe zit het met de drie liter water per dag per persoon, voor minstens drie dagen: hebben ze die wel in huis? “Waar is dat voor nodig dan?” vraagt Dubbeldam zich hardop af. “O, voor als het drinkwater besmet raakt. En een radio op batterijen? Voor als de stroom uitvalt, zeker. Ik zou niet weten waar die ligt.”

Een lichte ontreddering maakt zich van Dubbeldam meester. Hoe had hij dat allemaal moeten weten? Van een huis-aan-huis verspreide folder kan hij zich niets herinneren. Van spotjes op radio en tv en advertenties in kranten evenmin. “Dat is mij volledig ontgaan.”

Toch gaf het ministerie van Binnenlandse Zaken anderhalf jaar geleden de aftrap voor een nieuwe, groots opgezette rampencampagne. De oude – ‘Wat te doen als de sirene gaat?’- ging al dertien jaar mee en de boodschap was achterhaald. “De vorige campagne riep mensen alleen op naar binnen te gaan en ramen en deuren te sluiten”, zegt een woordvoerder van het ministerie. “Maar bij de vuurwerkramp in Enschede deden de sirenes het niet en het enige dat mensen daar niet moesten doen, was naar binnen gaan. Daar komt bij dat we vinden dat mensen ook zelf iets kunnen doen, vóórdat de sirene gaat. De nieuwe campagne ‘Denk Vooruit’, spreekt hen daarop aan.”

Anderhalf jaar na de start stevent het miljoenenproject echter af op een mislukking. Uit een tussenmeting blijkt dat meer dan de helft van de Nederlanders er nog steeds het nut niet van inziet om zich daadwerkelijk voor te bereiden op een ramp. En dus doen ze ook niets.

Erwin Seydel, hoogleraar toegepaste communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Twente, kijkt daar niet van op. “Het gevoel van urgentie ontbreekt. Als kind ben ik opgegroeid met de dreiging van de Russen. Toen legden mensen wèl een noodvoorraad met levensmiddelen aan. Men was, zo kort na de oorlog, een stuk gehoorzamer en de dreiging was voorstelbaarder. Nu zijn de risico’s veel vager.” De overheid zou er goed aan doen gevaren concreter te maken, meent Seydel. “Veel mensen wier huis wel eens onder water is gelopen, hebben zandzakken klaarliggen voor het geval het nog eens gebeurt. Zo’n ramp kunnen mensen zich inbeelden. Ik zou zeggen: zoek het dichter bij huis en speel in op dat gevoel.”

Toch is het ook dan nog maar de vraag of mensen wel actie ondernemen, meent Ira Helsloot, hoogleraar crisisbeheersing en fysike veiligheid aan de Vrije Universiteit (VU). “Het is een illusie te denken dat mensen zich gaan voorbereiden op een ramp. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat ze dat nog nooit hebben gedaan en dat zullen ze ook nooit doen.”

De toon van de campagne helpt daarbij niet mee, vindt hij. Helsloot roept spandoeken in herinnering met teksten als ‘Dit winkelcentrum sluit op 19 december wegens een gifwolk.’

“Leuk, grappig”, vindt Helsloot, “maar het zet mensen niet tot actie aan.”

Ook Seydel denkt dat de overheid een hardere toon zal moeten aanslaan. “Je moet mensen aanspreken op hun zelfredzaamheid. Lange tijd heeft de overheid uitgestraald: gaat u maar rustig slapen, wij regelen het wel. Dat is echt verleden tijd. Maak mensen duidelijk dat ze zelf een verantwoordelijkheid hebben tijdens een ramp. Druk ze met de neus op de feiten.”

Het ministerie van Binnenlandse Zaken erkent dat de effercten van de campagne tegenvallen.

“We onderzoeken hoe dat komt”, aldus een woordvoerder, “en indien nodig passen we de

boodschap aan.” Het is de vraag of de campagne het nog redt, meent Helsloot. Volgens hem was die namelijk bij de start al ‘gedoemd te mislukken’. “Dat begon ermee toen een journalist aan toenmalig minster Remkes vroeg of hij zelf wel een noodvoorraadje water in huis had. ‘Nee’ antwoordde die. Tja, als je zelf al niet het goede voorbeeld geeft, verwacht dan niet dat de gewone man het wel doet.”